afbreuk

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 7Categorie:Retrograad van het Nederlands#kuerbfa%20kuerbfa
Uitspraak
Woordafbreking
  • af·breuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord afbreuk afbreuken
verkleinwoord
Categorie:Zelfstandig naamwoord in het NederlandsCategorie:Telbaar

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

deafbreukv/m

  1. afbreuk doen aan: het minder goed, mooi of waardevol maken
    • De woede uitbarsting van het boze kind deed afbreuk aan het mooie verjaardagsfeest. 
    • Het was zo een enorm leuke vakantie dat het slechte weer helemaal geen afbreuk deed aan het plezier dat we met elkaar hadden. 
     Terwijl hij zich geregeld beklaagde over het geringe contact, de ene joint na de andere rokend, hadden de zeven slapers hem op het hart gedrukt dat de afstand geen afbreuk zou doen aan hun liefde - maar diep in hun harten leefden zij in dezelfde onzekerheid en vreesden ze voor hun vriend.[2]

Gangbaarheid

99 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 99 %25
93 %van de Vlamingen.[3]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 93 %25

Verwijzingen

Categorie:Prevalentie Nederland 99 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 93 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Samenstelling in het Nederlands Categorie:Telbaar Categorie:WikiWoordenboek:Sjabloon Link onbruikbare woordsoort in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 7 Categorie:Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands Categorie:Woorden met boekreferenties Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands