badge

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 5Categorie:Retrograad van het Nederlands#egdab%20egdab
Uitspraak
Woordafbreking
  • badge
  • ww [4]: bad·ge (aanvoegende wijs)
Woordherkomst en -opbouw
  • Van Engels badge. [1] In de betekenis van ‘insigne, speldje’ voor het eerst aangetroffen in 1958. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord badge badges
verkleinwoord - -
Categorie:Zelfstandig naamwoord in het NederlandsCategorie:Telbaar

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

debadgem

  1. teken dat als kenmerk op de kleding kan worden bevestigd
    1. (militair)Categorie:Militair in het Nederlands embleem dat verwijst naar een onderdeel van de krijgsmacht of krijgsverrichtingen
    2. op te spelden plaatje met tekst of afbeelding, vaak bedoeld om een opvatting of lidmaatschap van een groep zichtbaar te maken
    3. op de kleding te dragen naamkaartje op een bijeenkomst, soms ook gebruikt als bewijs van toegang, vergelijk [2.2]
  2. teken dat men bij zich draagt als bewijst van een bepaalde status
    1. herkenningsteken dat aantoont dat men politiefunctionaris is
       Een plastic badge, een speciale sleutel of wat dan ook.[3]
    2. toegangspasje, soms ook bedoeld om zichtbaar te dragen, vergelijk [1.3]
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
badgen

badge

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badgen
    • Ik badge. 
  2. gebiedende wijs van badgen
    • Badge! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badgen
    • Badge je? 
  4. aanvoegende wijs van badgen Categorie:Werkwoordsvorm in het NederlandsCategorie:1ps

Gangbaarheid

95 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 95 %25
97 %van de Vlamingen.[4]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 97 %25

Meer informatie

Verwijzingen

Engels

Categorie:Woorden in het EngelsCategorie:Woorden in het Engels van lengte 5
enkelvoud meervoud
badge badges
Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Engels

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Engels

badge

  1. badge, insigne
vervoeging
onbepaalde wijs to  badge 
he/she/it  badges 
verleden tijd  badged 
voltooid
deelwoord
 badged 
onvoltooid
deelwoord
 badging 
gebiedende wijs  badge 
Categorie:Werkwoord in het Engels

Werkwoord

Categorie:Werkwoord in het Engels

badge

  1. overgankelijkCategorie:Overgankelijk werkwoord in het Engels voorzien van een onderscheiding, kenteken e.d.
Overerving en ontlening
Categorie:1ps Categorie:Militair in het Nederlands Categorie:Overgankelijk werkwoord in het Engels Categorie:Prevalentie Nederland 95 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 97 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Telbaar Categorie:Werkwoord in het Engels Categorie:Werkwoordsvorm in het Nederlands Categorie:WikiWoordenboek:Wikilink Categorie:Woorden in het Engels Categorie:Woorden in het Engels met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Engels van lengte 5 Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 5 Categorie:Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands Categorie:Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands Categorie:Woorden met boekreferenties Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Engels Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands