basic

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 5Categorie:Retrograad van het Nederlands#cisab%20cisab
Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sic
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
stellend
onverbogen basic
verbogen
partitief basics
Categorie:Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands

Bijvoeglijk naamwoord

Categorie:Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands

basic

  1. met alleen het hoogst nodige; zonder extra's
     Alleen al in ergonomische zin is het beter om een monitor te installeren. Hoe hoger het scherm staat, hoe rechter je rug is terwijl je werkt, en hoe minder druk je er dus op zet. Misschien komt je werkgever niet zelf met de aanschaf van je monitor voor thuiswerken? Een basic monitor koop je al vanaf 70 euro, en het is toch een investering in je eigen welzijn.[2]
     Of een vliegreis met appartement. Lekker basic. De hele dag op het strand liggen en ’s avonds gezellig in een knus, lokaal restaurantje een vorkje prikken.[3]
Synoniemen


deel van een in BASIC geschreven computerprogramma
enkelvoud meervoud
naamwoord basic
verkleinwoord
Categorie:Zelfstandig naamwoord in het NederlandsCategorie:Ontelbaar

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

basic

  1. eenvoudig te leren computertaal (Beginners All-purpose Symbolic Instruction Code)
Hyperoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen

Categorie:Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands Categorie:Ontelbaar Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 5 Categorie:Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands Categorie:Woorden met artikelreferenties Categorie:Woorden met boekreferenties Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands