laster

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 6Categorie:Retrograad van het Nederlands#retsal%20retsal
Uitspraak
Woordafbreking
  • las·ter
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘kwaadsprekerij’ voor het eerst aangetroffen in 1599 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord laster -
verkleinwoord lastertje lastertjes
Categorie:Zelfstandig naamwoord in het NederlandsCategorie:Ontelbaar

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

delasterm

  1. onterechte beweringen die iemand in een kwaad daglicht stellen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
lasteren

laster

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lasteren
    • Ik laster. 
  2. gebiedende wijs van lasteren
    • Laster! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lasteren

Gangbaarheid

97 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 97 %25
98 %van de Vlamingen.[3]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 98 %25

Meer informatie

Verwijzingen

Categorie:1ps Categorie:Ontelbaar Categorie:Prevalentie Nederland 97 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 98 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Werkwoordsvorm in het Nederlands Categorie:WikiWoordenboek:Wikilink Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 6 Categorie:Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands