node

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 4Categorie:Retrograad van het Nederlands#edon%20edon
Uitspraak
Woordafbreking
  • no·de
Woordherkomst en -opbouw
  • van Middelnederlands node, op te vatten als  nood zn  met de uitgang -e, als bijwoord van modaliteit: ‘onwillig’ aangetroffen vanaf 1240 [1]

Bijwoord

Categorie:Bijwoord in het Nederlands

node

  1. terwijl er veel behoefte aan was
    • Plotseling werd hij ernstig ziek; hij werd node gemist bij het concert. 

Werkwoord

vervoeging van
noden

node

  1. aanvoegende wijs van noden Categorie:Werkwoordsvorm in het Nederlands

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

node

  1. datief vrouwelijk  van noodCategorie:Zelfstandignaamwoordsvorm in het NederlandsCategorie:Datief in het Nederlands
    • Snel werd duidelijk wat men allemaal van node had. 

Gangbaarheid

82 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 82 %25
74 %van de Vlamingen.[2]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 74 %25

Verwijzingen

Categorie:Bijwoord in het Nederlands Categorie:Datief in het Nederlands Categorie:Prevalentie Nederland 82 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 74 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Werkwoordsvorm in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 4 Categorie:Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands Categorie:Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands