stichten

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 8Categorie:Retrograad van het Nederlands#nethcits%20nethcits
Uitspraak
Woordafbreking
  • stich·ten
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘grondvesten, doen ontstaan’ voor het eerst aangetroffen in 901 [1]
  • Van een ouder werkwoord stiften, dat samenhangt met stijf.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
stichten
stichtte
gesticht
zwak -t Categorie:Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands volledig
Categorie:Werkwoord in het NederlandsCategorie:Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands

Werkwoord

Categorie:Werkwoord in het Nederlands

stichten

  1. overgankelijkCategorie:Overgankelijk werkwoord in het Nederlands de grondslag voor iets leggen, iets instellen
    • Kaapstad werd in 1652 gesticht door Jan van Riebeeck en zijn mannen. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Een gezin stichten.

Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

destichtenmv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord stichtCategorie:Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands

Gangbaarheid

99 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 99 %25
99 %van de Vlamingen.[2]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 99 %25

Verwijzingen

Categorie:Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands Categorie:Overgankelijk werkwoord in het Nederlands Categorie:Prevalentie Nederland 99 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 99 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Werkwoord in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 8 Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands Categorie:Zwak werkwoord (-t) in het Nederlands