tegel

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 5Categorie:Retrograad van het Nederlands#leget%20leget
Uitspraak
Woordafbreking
  • te·gel
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘vloersteen’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord tegel tegels
verkleinwoord tegeltje tegeltjes
Categorie:Zelfstandig naamwoord in het NederlandsCategorie:Telbaar

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

detegelm

  1. (bouwkunde)Categorie:Bouwkunde in het Nederlands een rechthoekig stenen voorwerp dat meestal wordt gebruikt voor het bedekken van oppervlakten
    • Hebben ze de tegels voor de badkamer al afgeleverd? 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
tegelen

tegel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tegelen
    • Ik tegel. 
  2. gebiedende wijs van tegelen
    • Tegel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tegelen

Gangbaarheid

100 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 100 %25
98 %van de Vlamingen.[3]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 98 %25

Meer informatie

Verwijzingen

Categorie:1ps Categorie:Bouwkunde in het Nederlands Categorie:Prevalentie Nederland 100 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 98 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Telbaar Categorie:Werkwoordsvorm in het Nederlands Categorie:WikiWoordenboek:Wikilink Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 5 Categorie:Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands