tweeënhalf
Nederlands
Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 10Categorie:Retrograad van het Nederlands#flahneeewt%20flahnëeewtUitspraak
Woordafbreking
- tweeën·half, twee·en·half
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | |
|---|---|
| onverbogen | tweeënhalf |
| verbogen | tweeënhalve |
| partitief | tweeënhalfs |
Hoofdtelwoord
Categorie:Hoofdtelwoord in het Nederlandstweeënhalf
- (breukgetal)Categorie:Breukgetal in het Nederlands de breuk 2½; twee en een half
- Hij is na tweeënhalf jaar gestopt.
- Ik ben tweeënhalve kilo aangekomen.
Verwante begrippen
| Breukgetallen in het Nederlands | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| half • anderhalf • tweeënhalf • drieënhalf • vierenhalf • vijfenhalf • zesenhalf • zevenenhalf • achtenhalf • negenenhalf | |||||||||||
Gangbaarheid
- Het woord tweeënhalf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal
Categorie:Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
Categorie:Breukgetal in het Nederlands
Categorie:Hoofdtelwoord in het Nederlands
Categorie:Retrograad van het Nederlands
Categorie:Woorden in het Nederlands
Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave
Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 10
Categorie:Woorden met 3 of 4 lettergrepen in het Nederlands
Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal