zijn

Nederlands

Categorie:Woorden in het NederlandsCategorie:Woorden in het Nederlands van lengte 4Categorie:Retrograad van het Nederlands#njiz%20njiz
Uitspraak
Woordafbreking
  • zijn
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
zijn
/zɛin/
was
/ʋɑs/
geweest
/ɣə'ʋest/
onregelmatig Categorie:Onregelmatig werkwoord in het Nederlands volledig [A]
Categorie:Werkwoord in het NederlandsCategorie:Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands

Werkwoord

Categorie:Werkwoord in het Nederlands

[A] zijn

  1. ergatiefCategorie:Ergatief werkwoord in het Nederlands: bestaan, existeren
  2. ergatiefCategorie:Ergatief werkwoord in het Nederlands (meestal gevolgd door niet meer): leven
    • Zij is niet meer. 
  3. ergatiefCategorie:Ergatief werkwoord in het Nederlands: zich bevinden, ergens aanwezig zijn
    • Ik ben in de tuin. 
    • We waren in Portugal. 
  4. ergatiefCategorie:Ergatief werkwoord in het Nederlands, onpersoonlijkCategorie:Onpersoonlijk werkwoord in het Nederlands: drukt de feitelijke toestand, hoedanigheid of wenselijkheid van iets uit
    • Wat is er met jou? 
    • Hoe is het? 
    • Wat zal het zijn? 
    • Is er een oplossing voor dit probleem? 
     De Chinese auto heeft dus definitief een plek veroverd op de Europese markt. Bovag verwacht dat het marktaandeel van Chinese autofabrikanten van 4 procent nu naar 10 procent zal groeien in Europa en wel 15 procent in Nederland. "De Chinese merken zijn al een serieuze speler en ik denk dat ze Europese fabrikanten gaan stimuleren nog meer te steken in de elektrificering en efficiëntie van hun auto's", zegt Brummelhuis. De EU hoopt in ieder geval binnenkort afspraken te maken China zodat Chinese automerken ook hier meer fabrieken gaan openen.[4]
  5. koppelwerkwoordCategorie:Koppelwerkwoord in het Nederlands (gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): gelijk zijn aan:
    • Johan is onze voorzitter. 
  6. koppelwerkwoordCategorie:Koppelwerkwoord in het Nederlands(gevolgd door zelfstandignaamwoordgroep): tot de groep behoren van
    • De leeuw is een dier. 
  7. koppelwerkwoordCategorie:Koppelwerkwoord in het Nederlands (gevolgd door adjectief): de eigenschap hebben:
    • Hij is nieuwsgierig. 
  8. onpersoonlijkCategorie:Onpersoonlijk werkwoord in het Nederlands, ~ te drukt een soort van verplichting uit, of iets dat noodzakelijk is of voor de hand ligt
    • Dat is af te raden. 
    • Dat is te verwaarlozen. 
  9. onpersoonlijkCategorie:Onpersoonlijk werkwoord in het Nederlands, ~ te drukt een mogelijkheid uit
    • Er waren stemmen te horen van achter het muurtje. 
    • Dat is niet te doen. 
  10. hulpwerkwoordCategorie:Hulpwerkwoord in het Nederlands: ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van een ergatief werkwoord
    • Komt hij nog? Hij is al gekomen. 
  11. hulpwerkwoordCategorie:Hulpwerkwoord in het Nederlands: ~ + voltooid deelwoord: hulpwerkwoord van de voltooide tijd van de lijdende vorm
    • Zij was zo vreselijk geslagen dat het bloed van haar lijf droop. 
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands

[A]hetzijno

  1. (filosofie)Categorie:Filosofie in het Nederlands gegeven dat iets of iemand bestaat
Synoniemen
    • Als ik nu niet "Het Zijn en het Niets" van Jean-Paul Sartre ga lezen, zal het er wel nooit meer van komen. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
  enkelvoud meervoud
bijvoeglijk zelfstandig bijvoeglijk zelfstandig
1e persoon mijn
m'n
mijneons, onzeonze
2e persoon
(informeel)
jouw
je
jouwejullie
je
-
2e persoon
(formeel)
(regionaal)
uwuweuwuwe
3e persoon
(mannelijk)
zijn
z'n
zijnehunhunne
3e persoon
(vrouwelijk)
haar
d'r, 'r
hare
3e persoon
(onzijdig)
zijn
z'n
(ervan)
zijne
3e persoon
(genderneutraal)
hunhunne
Boven: benadrukte vorm. Onder: onbenadrukte vorm
Categorie:Bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands

Bezittelijk voornaamwoord

Categorie:Bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands

[B] zijn

  1. derde persoon enkelvoud, mannelijk of onzijdig
    • Hij liet zijn hondje uit. 
Spreekwoorden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 %van de Nederlanders;Categorie:Prevalentie Nederland 100 %25
100 %van de Vlamingen.[5]Categorie:Prevalentie Vlaanderen 100 %25

Verwijzingen

Categorie:Bezittelijk voornaamwoord in het Nederlands Categorie:Erfwoord in het Nederlands Categorie:Ergatief werkwoord in het Nederlands Categorie:Filosofie in het Nederlands Categorie:Hulpwerkwoord in het Nederlands Categorie:Koppelwerkwoord in het Nederlands Categorie:Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands Categorie:Onpersoonlijk werkwoord in het Nederlands Categorie:Onregelmatig werkwoord in het Nederlands Categorie:Prevalentie Nederland 100 % Categorie:Prevalentie Vlaanderen 100 % Categorie:Retrograad van het Nederlands Categorie:Werkwoord in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands Categorie:Woorden in het Nederlands met IPA-weergave Categorie:Woorden in het Nederlands met audioweergave Categorie:Woorden in het Nederlands van lengte 4 Categorie:Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands Categorie:Woorden met artikelreferenties Categorie:Woordenlijst Nederlandse Taal Categorie:Zelfstandig naamwoord in het Nederlands