Category:Dutch basic verbs
| Newest and oldest pages |
|---|
| Newest pages ordered by last category link update: |
| Oldest pages ordered by last edit: |
This category contains Dutch verbs that are neither prefixed nor separable.
Category:Categories calling Template:auto catCategory:Dutch verbs by derivation type#BASIC
Pages in category "Category:Dutch basic verbs"
- aaien
- aarden
- aarzelen
- abbreviëren
- abdiceren
- abduceren
- abonneren
- aborderen
- aborteren
- absorberen
- abstraheren
- accederen
- accelereren
- accentueren
- accepteeren
- accepteren
- accommoderen
- accumuleren
- achten
- acteren
- activeren
- actualiseren
- adduceren
- adelen
- ademen
- administreren
- adoniseren
- adopteren
- adoreren
- adresseren
- adstrueren
- adverteren
- adviseren
- ageren
- agglutineren
- aggregeren
- agiteren
- airfryen
- alarmeren
- alfabetiseren
- aliëneren
- alliëren
- allitereren
- allittereren
- alluderen
- alpineskiën
- ambiëren
- amenderen
- amerikaniseren
- amortiseren
- amplificeren
- amplifiëren
- amputeren
- amuseren
- analyseren
- anatomiseren
- animeren
- ankeren
- annexeren
- annoteren
- annuleren
- anonimiseren
- antedateren
- anticiperen
- antwoorden
- apenkooien
- apostilleren
- appen
- applauderen
- applaudisseren
- apporteren
- appreciëren
- arbeiden
- arceren
- archiveren
- argumenteren
- arrangeren
- arresteren
- arriveren
- arroseren
- articuleren
- asemen
- asfalteren
- assembleren
- assimileeren
- assimileren
- assisteren
- associëren
- attaqueren
- atten
- attenderen
- attesteren
- auditeren
- augmenteren
- authenticeren
- authentiseren
- automatiseren
- autoriseren
- avanceren
- azen
- baaien
- babbelen
- babysitten
- back-uppen
- backpacken
- badderen
- baden
- badineren
- badmintonnen
- baffen
- bagatelliseren
- baggeren
- bakenen
- bakeren
- bakkeleien
- bakken
- balanceren
- balen
- balken
- ballasten
- ballen
- balsemen
- baltsen
- banen
- banjeren
- bankieren
- bannen
- barbecueën
- barbecuen
- barbeknoeien
- barbieren
- baren
- barfen
- barnen
- barricaderen
- barsten
- basen
- baseren
- basketballen
- bassen
- baten
- batsen
- batteren
- bazelen
- bazen
- bazuinen
- beamen
- beatboxen
- bedelen
- bedplassen
- beelden
- beeldhouden
- beeldhouwen
- beffen
- beiden
- beieren
- beitelen
- beitsen
- bekeren
- bekken
- bekvechten
- belgen
- bellen
- benedijen
- benen
- bengelen
- bensjen
- beppen
- bergen
- bersten
- beteren
- betonneren
- beugen
- beuken
- beuren
- beven
- bezemen
- bezigen
- bibberen
- bidden
- biechten
- bieden
- biepen
- bietsen
- biggelen
- bijten
- bikken
- biljarten
- billijken
- binden
- bingoën
- biologeren
- bitteren
- bivakkeren
- bladeren
- blaffen
- blaken
- blakeren
- blameren
- blancheren
- blanken
- blaren
- blasfemeren
- blaten
- blauwbekken
- blazen
- bleiten
- bleken
- blenden
- blenderen
- blèren
- blesseren
- blijden
- blijken
- blijven
- blikken
- bliksemen
- blinddoeken
- blinken
- bloeden
- bloeien
- bloggen
- blokken
- blokkeren
- blokletteren
- blozen
- blubberen
- bluffen
- blunderen
- blussen
- boechelen
- boegseren
- boeien
- boeken
- boekstaven
- boelen
- boeleren
- boemelen
- boenen
- boeren
- boeten
- boetseren
- boffen
- bogen
- bokken
- boksen
- bollen
- bolwerken
- bombarderen
- bomen
- bommen
- bonken
- bonzen
- boomen
- bootsen
- borduren
- boren
- borgen
- borrelen
- borstelen
- borsten
- bossen
- boten
- botsen
- bottelen
- botten
- bougeren
- bouten
- bouwen
- bowlen
- boycotten
- braaien
- brabbelen
- braden
- brainstormen
- braken
- brallen
- branden
- brandmerken
- brandofferen
- brandschatten
- brandschilderen
- braveren
- breeuwen
- breidelen
- breiden
- breien
- breken
- brengen
- bridgen
- briefen
- briesen
- broddelen
- brodden
- broeden
- broeien
- brokkelen
- brokken
- brommen
- bronzen
- broodroven
- brossen
- brouwen
- browsen
- bruien
- bruiken
- bruinen
- bruisen
- brullen
- brunchen
- bubbelen
- budgetteren
- bufferen
- buigen
- buikdansen
- buitelen
- buizen
- bukken
- bulderen
- bumperkleven
- bundelen
- bungelen
- bunkeren
- busselen
- bussen
- butten
- buurten
- caduceren
- cakewalken
- calculeren
- calibreren
- camoufleren
- cancelen
- canoniseren
- capituleren
- carpoolen
- cashen
- casten
- castreren
- categoriseren
- cc'en
- cederen
- censureren
- centraliseren
- centrifugeren
- certificeren
- chanten
- chanteren
- chargen
- chargeren
- charmeren
- chatten
- checken
- chillen
- chinezen
- choqueren
- cieren
- cijferen
- circuleren
- circumduceren
- cirkelen
- citeren
- claimen
- classificeren
- claxonneren
- coachen
- coderen
- coïncideren
- collectiviseren
- colluderen
- combineren
- commanderen
- commercialiseren
- communiceren
- compartimenteren
- compenseeren
- compenseren
- compileren
- completeren
- compliceren
- componeren
- comporteren
- comprimeren
- compromitteren
- computeren
- concederen
- concentreren
- concipiëren
- concluderen
- concretiseren
- concurreren
- condenseren
- condoleren
- confedereren
- configureren
- confineren
- confirmeren
- confisqueren
- conformeeren
- conformeren
- confronteeren
- confronteren
- congrueren
- conjugeren
- connecten
- connecteren
- conserveren
- consolideren
- constateeren
- constateren
- consterneren
- constitueren
- construeren
- consumeren
- consuminderen
- contacteren
- contraheren
- contrasteeren
- contrasteren
- controleren
- convergeren
- converseren
- converteren
- coördineren
- copuleren
- correleren
- corresponderen
- corrigeeren
- corrigeren
- corroderen
- counteren
- coveren
- crashen
- creëren
- cremeren
- creperen
- cricketen
- criminaliseren
- cruisen
- crushen
- culmineren
- cultiveeren
- cultiveren
- curlen
- dabben
- dagdromen
- dagen
- dagtekenen
- dagvaarden
- dalen
- dammen
- dampen
- danken
- dansen
- dartelen
- darten
- daten
- dateren
- dauwtrappen
- daven
- davenen
- daveren
- dawenen
- dazelen
- dazen
- de-installeren
- deactiveren
- deadliften
- dealen
- debatteren
- debrideren
- debriefen
- debuteren
- decentraliseren
- decimeren
- declameren
- declareren
- declineren
- decoderen
- decoreren
- decreteren
- decriminaliseren
- dedicaceren
- dediceren
- deduceren
- deelen
- deemoedigen
- deepthroaten
- defenestreren
- definieeren
- definiëren
- defragmenteren
- deinen
- deinzen
- deizen
- dekken
- delegeren
- delen
- deleten
- delgen
- delven
- demarreren
- dementeren
- democratiseren
- demoduleren
- demonstreeren
- demonstreren
- demonteren
- demoraliseren
- demotiveren
- dempen
- denderen
- denigreren
- denken
- deponeren
- deporteren
- deppen
- deprimeren
- deputeren
- deracineren
- dereguleren
- deren
- derogeren
- derven
- desactiveren
- desambigueren
- desemen
- deserteren
- desinfecteren
- desoriënteren
- destilleren
- destrueren
- detacheren
- detecteren
- determineren
- detineren
- deugen
- deuken
- diaboloën
- diagnosticeren
- diagonaliseren
- dialyseren
- dichten
- dicteren
- dienen
- diepen
- diëten
- differentiëren
- diftongeren
- digereren
- digitaliseren
- dikken
- dimmen
- dineren
- dingen
- diplomeren
- dirigeren
- disciplineren
- discrimineren
- discussiëren
- diskwalificeren
- disputeren
- dissen
- distantiëren
- distilleren
- divergeren
- dobbelen
- dobberen
- doceren
- doctoreren
- documenteren
- doddelen
- doden
- doeken
- doelen
- doemen
- doen
- doezelen
- doezen
- dogen
- dokken
- dolen
- dolken
- dollen
- domesticeren
- domineren
- dommelen
- dompelen
- dompen
- donderen
- doneren
- dooden
- doodstraffen
- dooien
- dopen
- doppen
- dorren
- dorsen
- dorsten
- doseren
- dotteren
- doublechecken
- doubleren
- douchen
- douwen
- doven
- downcyclen
- downloaden
- doxen
- draaien
- dragen
- dralen
- drammen
- draperen
- draven
- dreigen
- dreinen
- drenken
- drentelen
- dresseren
- dreunen
- dribbelen
- drieken
- drijten
- drijven
- drillen
- dringen
- drinken
- droedelen
- droeven
- drogen
- drogeren
- dromen
- drooghoppen
- droogneuken
- droomen
- dropshippen
- druipen
- druisen
- drukken
- drummen
- druppelen
- druppen
- dubbelchecken
- dubbelklikken
- dubben
- duchten
- duelleren
- duiden
- duikelen
- duiken
- duimen
- duizelen
- duizen
- dulden
- dumpen
- dunken
- dunnen
- dupeeren
- duperen
- dupliceren
- duren
- durven
- dutten
- duwen
- dwalen
- dwarrelen
- dwarsbomen
- dweilen
- dwepen
- dwijnen
- dwingen
- dynamiteren
- e-mailen
- ebben
- echapperen
- echoën
- ecraseren
- eerbiedigen
- eeren
- effectueren
- effenen
- eggen
- eigenen
- eikelen
- eindigen
- eischen
- eisen
- ejaculeren
- elektrocuteren
- elimineren
- emanciperen
- emenderen
- emigreren
- emmeren
- emotioneren
- emulgeren
- -en
- enerveren
- engageren
- enscèneeren
- ensceneren
- entameren
- enten
- enteren
- enthousiasmeren
- epateren
- epileren
- equiperen
- -eren
- eren
- ergeren
- eroderen
- erupteren
- erven
- escaleren
- escorteren
- essayeren
- etaleren
- eten
- etsen
- etten
- etteren
- euthanaseren
- evacueren
- evalueren
- evangeliseren
- evenaren
- evenen
- evolueren
- exalteeren
- examineren
- excelleren
- exciteren
- excuseren
- executeren
- exerceren
- exfoliëren
- exhaleren
- exorciseren
- expanderen
- experimenteren
- exploderen
- exploiteren
- exporteren
- exposeren
- extrapoleren
- fabriceren
- fabrieken
- fabuleren
- facebooken
- faciliteren
- factureren
- falen
- falsificeren
- falsifiëren
- fantaseren
- farmen
- fascineren
- faseren
- fatsoeneren
- faxen
- fecunderen
- federaliseren
- feesten
- feilen
- feliciteren
- fertiliseren
- festeren
- fêteren
- fezelen
- fierljeppen
- fietsen
- figureren
- fikken
- fiksen
- fileparkeren
- fileren
- filmen
- filosoferen
- filteren
- filtreren
- financieren
- fingeren
- finishen
- fixen
- fixeren
- fladderen
- flaneren
- flankeren
- flansen
- flappen
- flateren
- flemen
- flessen
- flierefluiten
- flikflooien
- flikken
- flikkeren
- flippen
- flirten
- flitsen
- flonkeren
- floppen
- floreren
- fluctueren
- fluisteren
- fluiten
- fniezen
- fnuiken
- focaliseren
- focussen
- foerageren
- foetelen
- foeteren
- foggeren
- föhnen
- fokken
- folteren
- fonkelen
- foppen
- forceeren
- forceren
- forenzen
- formaliseren
- formatteren
- formeren
- formuleren
- forwarden
- fosforesceren
- fotobommen
- fotograferen
- fotoshoppen
- fotosoepen
- fouilleren
- fourageren
- fraggen
- fragmenteren
- frauderen
- freewheelen
- freineren
- fretten
- freubelen
- frezen
- friemelen
- frisbeeën
- frituren
- fronsen
- fruiten
- frunniken
- frustreren
- fucken
- fuiven
- functioneren
- funderen
- fungeren
- funshoppen
- fuseren
- fusilleren
- fusioneren
- gaan
- gabberen
- gaden
- gaderen
- gaggelen
- galmen
- galopperen
- galvaniseren
- gamen
- gangmaken
- gapen
- gappen
- garanderen
- garen
- garven
- gaslighten
- gassen
- geeselen
- geeuwen
- geilen
- geiten
- gekscheren
- gelden
- generaliseren
- generen
- genereren
- geren
- gerven
- geselen
- gespen
- gesticuleren
- geuren
- geven
- gidsen
- giebelen
- giechelen
- gieren
- gieten
- gijzelen
- gillen
- ginnegappen
- gireren
- gissen
- gisten
- glaceren
- glanzen
- glazen
- glibberen
- glijden
- glimlachen
- glimmen
- glinsteren
- glippen
- globaliseren
- gloeien
- glooien
- gloren
- gluipen
- glunderen
- gluren
- gniffelen
- godslasteren
- goeden
- goegelen
- gokken
- golfen
- golven
- gonzen
- goochelen
- googelen
- googlen
- gooien
- gorden
- gorgelen
- gourmetten
- graaien
- grabbelen
- grasduinen
- grauwen
- graven
- graveren
- grazen
- greinen
- grendelen
- grenzen
- grienen
- grieven
- griezelen
- grijnzen
- grijpen
- grillen
- grimmelen
- grimmen
- grinden
- grinniken
- grissen
- groeien
- groepeeren
- groeperen
- groeten
- groeven
- grommen
- grondelen
- gronden
- grondvesten
- grunten
- gruwelen
- gruwen
- gsm'en
- gunnen
- gutsen
- gvd'en
- haarkloven
- haasten
- hachelen
- hacken
- hagelen
- haken
- hakkelen
- hakken
- halen
- hallucineren
- halteren
- halveeren
- halveren
- hameren
- hamsteren
- handballen
- handelen
- handhaven
- handwerken
- hangen
- hannesen
- hanteeren
- hanteren
- haperen
- happen
- harddraven
- harden
- harken