Category:Dutch terms inherited from Old Dutch
| Newest and oldest pages |
|---|
| Newest pages ordered by last category link update: |
| Oldest pages ordered by last edit: |
Dutch terms inherited from Old Dutch.
Category:Categories calling Template:auto catCategory:Dutch inherited terms#OLD%20DUTCHCategory:Dutch terms derived from Old Dutch#%20Category:Terms inherited from Old Dutch by language#DUTCH
Pages in category "Category:Dutch terms inherited from Old Dutch"
- a/languages A to L
- aak
- aal
- aalmoes
- aalt
- aambeeld
- aan
- aangaan
- aankomen
- aanlopen
- aanvallen
- aanvang
- aanvangen
- aap
- aar
- -aard
- aard
- aardbei
- aardbeving
- aarde
- aarden
- Aarle
- Aarle-Rixtel
- aars
- aas
- Abcoude
- Abcoven
- abdij
- Abstede
- Abtswoude
- Achel
- acht
- achten
- achter
- achting
- achttien
- adder
- adel
- adem
- ademen
- ader
- af
- afgod
- afgrond
- afnemen
- Afsched
- afscheiden
- aker
- akker
- al
- Albergen
- Aldeneik
- alf
- Alkemade
- Alkmaar
- alle
- alleen
- almachtig
- Almere
- Alphen
- alsem
- altaar
- Altena
- Altforst
- Alting
- alzo
- ambacht
- Amerongen
- Amersfoort
- Amstenrade
- Andel
- Andelst
- ander
- angel
- Angeren
- Angerlo
- angst
- anker
- Anninks- en Nijhofshoek
- antwoord
- antwoorden
- Apeldoorn
- Apenhuizen
- Aperloo
- appel
- Appel
- Appeltern
- Appingedam
- ar
- arbeid
- arbeiden
- arend
- Arkel
- arm
- armoede
- Arnhem
- arts
- as
- asem
- asemen
- Asenray
- Asperen
- Asselt
- Assendelft
- Assendorp
- Assum
- avegaar
- averuit
- avond
- avondster
- Azelo
- baak
- Baak
- Baalder
- baan
- -baar
- baar
- baard
- Baardwijk
- baars
- Baarsdorp
- baas
- baat
- babbelen
- Babberich
- bad
- baden
- Baexem
- bajen
- bak
- Bakel
- bakken
- bakker
- Bakkum
- bal
- balg
- Balgoij
- Balinge
- balk
- band
- bank
- bannen
- Bant
- bar
- barg
- barnen
- barsten
- Basse
- bast
- baten
- Batenburg
- Bavel
- Bavoort
- bazen
- be-
- bebinden
- bed
- bede
- bedekken
- bedelen
- bedenken
- bedriegen
- Beegden
- beek
- Beek
- beeld
- beelden
- beeldwit
- been
- beer
- Beesd
- beet
- begin
- beginnen
- begraven
- begrijpen
- begrip
- begroeten
- behagen
- behalve
- behoeven
- behouden
- beide
- beiden
- beitel
- bekennen
- bekeren
- bekomen
- bekoren
- bel
- belemmen
- belgen
- Belgeren
- bellen
- beluiken
- bemerken
- bemeten
- Beneden-Leeuwen
- benedijen
- benemen
- bengel
- Bennebroek
- Bennekom
- benoorden
- Benzenrade
- beraden
- berd
- berg
- Bergeijk
- bergen
- Bergen
- Bergen op Zoom
- Beringe
- berispen
- berk
- Berkel en Rodenrijs
- Berkel-Enschot
- Berlicum
- berm
- berouwen
- beroven
- bes
- beschermen
- beschijnen
- beschuldigen
- beseffen
- besluiten
- besmeren
- besmetten
- besmuikt
- besnijden
- bespotten
- bespreken
- best
- bestoppen
- bestrijken
- bet
- betekenen
- beter
- beteren
- betoveren
- betrachten
- betuinen
- Betuwe
- beuk
- beul
- Beuningen
- beuren
- Beusichem
- Beutenaken
- bevallen
- Bevekom
- bevelen
- beven
- bever
- Beverwijk
- bevinden
- bewaren
- bewerken
- bezem
- bezetten
- bezien
- bezig
- bezitten
- bezoeken
- bezorgen
- bezuiden
- bezwaren
- bezweren
- bezwijken
- bidden
- Biddinghuizen
- biecht
- bieden
- bier
- bies
- biest
- big
- Biggekerke
- bij
- bijl
- Bijlmermeer
- bijten
- billijk
- Billinghuizen
- binden
- Bingelrade
- binnen
- bisschop
- bitter
- blaar
- blad
- Bladel
- blaken
- blank
- Blaricum
- blaten
- blauw
- blazen
- bleek
- blei
- bleken
- blenden
- blèren
- blij
- blijdelijk
- blijden
- Blijdenstein
- blijken
- blijven
- bliksem
- blind
- blinken
- bloed
- bloeden
- bloeien
- bloem
- bloesem
- blok
- blood
- bloot
- Bocholt
- bocht
- bod
- bode
- Bodegraven
- bodem
- boedel
- boef
- boeg
- boek
- Boekel
- boekstaaf
- boel
- boenen
- boer
- Boesingheliede
- boete
- boeten
- bogen
- bok
- bol
- Bolenberg
- bond
- bonk
- boodschap
- boog
- boom
- boomgaard
- boon
- boord
- boos
- bord
- boren
- Borger
- Born
- Borne
- Borssele
- borst
- borstel
- Boshuizen
- Boswinkel
- bot
- boten
- boter
- boud
- Boudewijn
- bout
- bouwen
- boven
- Boven-Hardinxveld
- Boven-Leeuwen
- braam
- braambes
- Brabant
- braden
- brand
- brasem
- brauw
- breed
- breidel
- breien
- brein
- breken
- Breklenkamp
- brengen
- breuk
- Breukelen
- Breust
- brief
- brij
- brijn
- brink
- broeden
- broeder
- broek
- brok
- brommen
- bron
- Bronneger
- brood
- brouwen
- brug
- Brugge
- bruid
- bruidegom
- bruiken
- bruin
- bruisen
- Brummen
- Bruneppe
- Brunssum
- Buggenum
- buidel
- buigen
- buik
- buil
- buiten
- bukken
- bul
- bulderen
- bundel
- bunder
- burcht
- burg
- burger
- bus
- Buttinge
- buur
- Camperduin
- Castricum
- ceder
- cederboom
- Cellemuiden
- christen
- christenheid
- citer
- Colmschate
- Cothen
- daad
- daar
- dag
- dagelijks
- dagen
- dak
- dal
- dalen
- Dalen
- dam
- damp
- dan
- Daniken
- dank
- danken
- dapper
- dar
- darm
- das
- dat
- dauw
- De Bannink
- De Elft
- De Ginkel
- De Meern
- De Munte
- De Pol
- De Vennip
- deeg
- deel
- deemster
- Deen
- deerne
- degen
- Deil
- deken
- dekken
- del
- delen
- deler
- delgen
- delven
- Delwijnen
- Demen
- dempen
- den
- Den Burg
- Den Haag
- Den Ilp
- Denekamp
- denken
- derde
- deren
- dertien
- dertig
- derven
- desem
- deugd
- deugen
- deun
- deur
- Deurningen
- deuvel
- dicht
- Dichteren
- Didam
- die
- Diederik
- dief
- diefte
- dienen
- dienst
- diep
- Diepenheim
- diepte
- dier
- Dieren
- Diets
- dij
- dijk
- dijn
- dik
- Diksmuide
- dikte
- dille
- ding
- dingen
- dis
- dissel
- distel
- dit
- doch
- dochter
- doden
- Dodewaard
- doek
- doeken
- doel
- doem
- doemen
- doen
- Doenrade
- dof
- dogen
- dol
- dolen
- -dom
- dom
- donder
- donderdag
- dong
- donk
- donker
- dood
- doof
- dooien
- dooier
- doop
- door
- doorn
- Doorn
- Doornenburg
- Doorning
- Doornspijk
- dop
- dopen
- doper
- dor
- dorp
- dorsen
- dorst
- dorsten
- doven
- dra
- draad
- draaien
- draak
- dracht
- draf
- dragen
- drang
- drank
- draven
- dreef
- dreigen
- drek
- drenken
- Drenthe
- dreunen
- drie
- Drie
- Driel
- driewerf
- drift
- drij
- Drijber
- drijten
- drijven
- drillen
- dringen
- drinken
- droef
- droesem
- droeven
- dromen
- dronk
- dronken
- droog
- droom
- drop
- druif
- druipen
- druisen
- drukken
- druppen
- du
- duchtig
- duiden
- duif
- duiken
- duim
- duin
- duister
- duisternis
- Duits
- duivel
- Duiven
- Duizel
- duizen
- duizend
- dulden
- dun
- dunken
- durven
- dus
- duur
- duurte
- duwen
- dwaas
- dwalen
- dwang
- dwars
- Dwarsdijk
- dweil
- dwerg
- dwijnen
- dwingen
- -e
- ebben
- Ebbenbroek
- echel
- echt
- Eckelrade
- Ede
- edel
- edik
- edoch
- ee
- eed
- eekhoorn
- eelt
- een
- eend
- eens
- eer
- Eerbeek
- eerder
- eerlijk
- Eersel
- eerst
- eerste
- eeuw
- eeuwig
- effen
- egel
- -egge
- egge
- ei
- eigen
- eigenen
- eik
- eikel
- eiland
- eind
- eindeloos
- Einighausen
- eisen
- ekster
- -el
- el
- -elen
- elf
- elft
- Elkenrade
- Elkerzee
- elleboog
- Ellecom
- Ellemeet
- ellende
- ellendig
- elpenbeen
- elpenbenen
- elpendier
- els
- Elsloo
- Elsteren
- Emiclaer
- emmer
- Emminkhuizen
- -en
- en
- eng
- engel
- Engeland
- Engelbert
- Engelen
- enig
- enkel
- Ens
- Enspijk
- entegen
- Enter
- Epe
- Epen
- eppe
- -er
- er
- eren
- erf
- erfdeel
- erg
- ergens
- Erichem
- Erlecom
- ernst
- erwt
- es
- eslook
- esp
- Esveld
- et-
- eten
- Etenaken
- ette
- etten
- etter
- etteren
- Etzenrade
- euvel
- even
- evenen
- ever
- Everard
- Everdingen
- Ewijk
- Eygelshoven
- ezel
- fakkel
- fles
- fniezen
- foeder
- fokken
- Folkmar
- foreest
- Foxwolde
- Frederik
- Fries
- gaan
- Gaanderen
- gaar
- gaard
- gaarde
- gaarne
- gade
- gaden
- gagel
- gal
- galg
- Gammelke
- gang
- gapen
- Gapinge
- Garderen
- garen
- garf
- Garminge
- garven
- Gassel
- gast
- Gasteren
- gat
- gauw
- gave
- ge-
- ge- -te
- gebaar
- gebed
- gebeuren
- gebieden
- gebod
- gebruiken
- gedachte
- gedenken
- gedijen
- gedogen
- geduld
- geef
- geel
- geen
- geer
- Geervliet
- geest
- Geesteren
- geeuwen
- gegrom
- gehemelte
- geheugen
- gehoorzaam
- gehoorzamen
- gehucht
- Geijsteren
- geil
- geit
- geld
- gelden
- geleiden
- gelieven
- gelijk
- gelijken
- gelijkenis
- Gellicum
- geloof
- geloven
- gemak
- gember
- gemeen
- gemeente
- gemelijk
- gemet
- gemoeten
- Gemonde
- genade
- genaken
- Gendringen
- Genemuiden
- geneugte
- genezen
- genieten
- genoeg
- genoot
- genot
- gent
- Gerard
- gerecht
- gereed
- geren
- Gerrit
- gerst
- gerven
- Gerven
- gerw
- geschieden
- geschrift
- gesel
- gesprek
- getijde
- getrouw
- Getsewoud
- getuigen
- geul
- gevader
- gevecht
- gevel
- geven
- gevoelen
- gewaad
- gewaar
- gewagen
- geweld
- geweldig
- gewennen
- gewicht
- gewin
- gewinnen
- gewis
- gewrocht
- gezel
- gezelschap
- gezicht
- gezond
- gier
- gierig
- Gietelo
- gieten
- gif
- gift
- gij
- Gijmink
- gijzel
- Gijzenrooi
- gilde
- gillen
- Ginkel
- ginnegappen
- gist
- gisteren
- glad
- glas
- glazen
- glijden
- glimmen
- glippen
- gloed
- gloeien
- gluipen
- god
- godheid
- godin
- goed
- goeden
- goelijk
- Goes
- goochelaar
- goochelen
- Gooi
- goor
- Goor
- goot
- gordel
- gorden
- gorgel
- Gorinchem
- Gorp
- goud
- Gouda
- gouw
- graaf
- graag
- Graauw
- gracht
- graf
- Gramsbergen
- gras
- grasgroen
- Grathem
- grauw
- graven
- grazen
- greep
- Greffeling
- Greffelkamp
- grendel
- Grevenbicht
- Griek
- Griekenland
- grijnzen
- grijpen
- Grijpskerke
- grijs
- grim
- grimmen
- grind
- grinden
- Groede
- groef
- groeien
- groen
- Groeningen
- Groenlo
- Groesbeek
- Groessen
- groet
- Groet
- groeten
- groeve
- grof
- grol
- Grolloo
- grond
- Groningen
- Gronsveld
- groot
- Groot Agelo
- Groot Dorregeest
- Grootschermer
- gruit
- grut
- gulden
- Gulpen
- gunnen
- gunst
- Guttecoven
- haag
- haagdoorn
- haak
- Haaksbergen
- Haakswold
- haam
- haan
- Haanrade
- haar